Setup guide part 2 by DynamiXX


Hier volgt deel 2 van de setup guide voor het afstellen van een racewagen in een simulator, deze keer gaan we het hebben over de anti-roll bar en de veren! Veel leesplezier.

3: Anti-roll bar




Nog zo’n belangrijke basis afstelling is de anti-roll bar (ARB).


Wat doet een ARB?


Het ding in het rood op bovenstaande tekening is de ARB: deze verbindt eigenlijk de ophanging links en rechts. Het resultaat is dat wanneer de ene band op of neer beweegt, de andere ook in beweging gebracht wordt t.o.v. het chassis.


Wat is hiervan nu het belang? Wanneer een auto zonder ARB een bocht naar rechts neemt, gaat de carrosserie naar links gaan leunen, op de linkerwielen en -ophanging.

T.o.v. het chassis komt het linkerwiel dus omhoog en het rechter omlaag.


De carrosserie/chassis “rolt” dus om een horizontale lengteas.

Het hoofddoel van de ARB is om die rolneiging van de carrosserie/chassis te veranderen, dit heeft effecten op het weggedrag van de auto: hoe vlakker een auto met veel aerodynamica (spoilers, diffuser, frontsplitter, …) door de bocht gaat, hoe beter er downforce gecreëerd kan worden maar belangrijker: je kan er de grip en het over- of onderstuur karakter van de auto mee bepalen.


Een stijvere ARB voor geeft meer onderstuur en achter meer overstuur. De verhouding tussen stijfheid voor en achter bepaalt dus in grote mate het onder- en overstuur karakter van de auto. Dat wil ook zeggen dat, als de auto te overstuurd is, je niet noodzakelijk de achteras moet aanpakken: je kan ook de voorste ARB stijver zetten. ARB afstelling is dan ook vaak heel persoonlijk: de een heeft graag een wat meer onderstuurde, overstuurde of neutrale handling.





- Tot slot: een zachtere ARB op de aangedreven wielen geeft meer grip bij het uitkomen van trage bochten, maar geeft wel meer rolneiging in snelle bochten. Een compromis is dus nodig.


Praktisch: stel de ARB af zodat je op de aangedreven wielen een goed compromis vindt tussen grip bij lage snelheden en precisie in snelle bochten. Pas vervolgens de andere ARB aan om het onder-/overstuur karakter te corrigeren.



4: Veren





De veren zijn eveneens een belangrijke basis afstelling: in allereerste plaats beïnvloeden ze de mechanische grip, maar ook… de aërodynamica.

“Spring rate” is de mate van stijfheid van de veren en staat voor de kracht die nodig is om de veer over een bepaalde afstand in te drukken, uitgedrukt in newton per millimeter (N/mm).


Een hogere spring rate resulteert in stijvere veren, die dus minder ingedrukt worden bij eenzelfde kracht (de veer is moeilijker in te drukken, hij staat ‘hard’ afgesteld). En omgekeerd: een lagere spring rate resulteert in zachtere veren, die dus meer ingedrukt worden bij eenzelfde kracht (de veer is makkelijker in te drukken, hij staat zacht’ afgesteld).


De effecten van de afstelling van de veren:

De gewichtstransfers tijdens het rijden (naar voor duiken bij het remmen, naar achter gaan doorhangen bij gas geven, rollen naar links en rechts in de bochten) zorgen ervoor dat de rijhoogte verandert. Hoe zachter de veren hoe meer de rijhoogte verandert. Dit beïnvloedt de grip van de auto omdat het zwaartepunt zich verlegt. Hoe stijver de veren hoe minder de carrosserie duikt en rolt.


Maar zachtere veren geven doorgaans meer grip.Aerodynamica verandert de rijhoogte. Bijvoorbeeld: zachtere veren zorgen ervoor dat een auto met veel downforce lager tegen de grond komt te liggen, aangezien de downforce (kracht die de auto tegen de baan duwt) toeneemt met de snelheid. Dit kan gunstig zijn, want hoe lager hoe minder ‘drag’ (luchtweerstand t.g.v. downforce waardoor topsnelheid verlaagt), maar mag niet overdreven worden, anders sleept het chassis over de baan.


Hoe springerig de auto zich gedraagt. Bij te harde veren, kunnen een of meerdere banden los komen van de grond bij het nemen van kerbs of zelfs over hobbels in de weg. Zachtere veren kunnen dit oplossen, maar dit heeft natuurlijk gevolgen voor de rolneiging en aerodynamica.





Het moge duidelijk zijn dat ook de afstelling van de stijfheid van de veren om het vinden van het juiste compromis draait... Veel heeft te maken met het type circuit waarmee je te maken hebt: hoe hobbelig is het, veel of weinig hoge kerbs, veel lange rechte stukken of zeer bochtig en het karakter van de bochten (traag of snel).


Op circuits met lange rechte stukken en veel vlakke, trage bochten kan je best vertrekken vanaf een setup vrij hard voor en zacht achter. Hierdoor krijg verlaagt de achterkant op de rechte stukken (minder drag), meer downforce in de bochten en meer grip bij het uitkomen van de trage bochten bij achterwiel aangedreven auto’s. Voorbeelden: Monza, Montreal, …


Op bochtige circuits met weinig rechte stukken en veel variatie in bochten zijn redelijk stijve veren rondom aan te raden, waardoor de aerodynamische prestaties stabiel zijn en voorspelbaar gedrag opleveren.


Bij wagens met weinig of geen downforce, kan je achter toch wat zachter zetten voor meer grip bij het uitkomen van de tragere bochten.


Voorbeeld: Zolder


Op hobbelige circuits zijn zachtere veren aangeraden. Voorbeeld: Sebring

Echter de meeste circuits zijn niet zo uitgesproken van karakter en behoorlijk gevarieerd, waardoor een afstelling tussenin aan te raden is: niet te hard, niet te

zacht.


Volgende week zijn we er weer met deel 3 van de setup guide, dan gaan we het hebben over rijhoogte, camber en toe!

Tot snel!

42 keer bekeken
  • Race simulator Facebook
  • Race simulator twitter
  • Race simulator Instagram

© 2019 DynamiXX 

Alle rechten gereserveerd

Reservering of aanvraag informatie